Door gefaseerd te snoeien behoud je nectar in het najaar en bessen in het voorjaar

Van opschonen naar ondersteunen: natuurvolgend beheer als nieuwe kijk op groenonderhoud

IPC Groene Ruimte
10-JAN-2026 - Strak, glad en 'netjes'. Dat was jarenlang de standaard bij het beheer van groen in de buitenruimte. Maar die aanpak staat op gespannen voet met biodiversiteit. Onder de noemer ‘natuurvolgend beheer’ ontstaat een nieuw perspectief. Minder ingrijpen, meer meebewegen. Tijdens de training Natuurvolgend onderhoud van IPC Groene Ruimte leren groenprofessionals wat dat betekent voor hun werk.

Steeds meer grootgrondeigenaren zoals gemeenten willen ruimte maken voor biodiversiteit in het dagelijks onderhoud van plantsoenen, bermen en perken. Toch blijft de praktijk vaak hangen in ingesleten routines, zoals strak gemaaide grasvelden, borders zonder blad en het verwijderen van dood hout. Vanuit het principe van natuurvolgend beheer – een benadering die uitgaat van natuurlijke processen en zelfregulerend vermogen – komt hier een andere visie op: kijk wat de natuur al doet en versterk of benut die dynamiek.

Veranderende realiteit

De nieuwe training Natuurvolgend onderhoud van IPC Groene Ruimte biedt groenvoorzieners, hoveniers, voormannen en andere groenprofessionals handvatten om die visie te vertalen naar hun dagelijkse werk. Hoe reageer je op bewoners die klagen over ‘rommelige’ hoeken? Wat doe je met overhangende takken? En wat betekent natuurvolgend onderhoud voor bijvoorbeeld maaien of snoeien? De training geeft geen vaste recepten – frequenties en aantallen hangen immers af van het ecologische doel dat je nastreeft – maar biedt wel inzicht in hoe je zulke afwegingen maakt. Samen zoeken deelnemers naar houvast in de veranderende realiteit buiten.

Wat is natuurvolgend beheer?

Natuurvolgend beheer is een principe waarbij het beheer van een gebied of landschap zoveel mogelijk aansluit bij natuurlijke processen. In plaats van strak ingrijpen of reguleren, kijkt men naar wat de natuur zelf al doet. Om vervolgens die processen verder op gang te helpen als dat nodig is, zodat de natuur verder aan het werk kan. Het gaat dus niet zozeer om loslaten of rewilden, maar om anders kijken – met meer ruimte voor natuurlijke dynamiek.

De kloof tussen beleid en praktijk

Hoewel gemeenten meer biodiversiteit willen, klinkt onder de deelnemers ook het geluid dat tussen ambitie en dagelijks werk een kloof bestaat. Zo zijn veel onderhoudscontracten nog gebaseerd op beeldbestekken die visuele netheid als norm stellen. Een gazon met bloeiende distels of een plantsoen met dood hout scoort dan al snel ‘onder de maat’, terwijl diezelfde rommeligheid cruciaal is voor insecten, bodemleven of de zaadcyclus van planten. Ook termen als ‘onkruid’, soms nog vastgelegd in percentages, staan haaks op het idee van ecologische rijkdom.

Daarbovenop spelen bewonersverwachtingen een rol. Wie met een hond door het park loopt en zijn viervoeter ziet snuffelen aan een lange grasaar, heeft weinig boodschap aan een bodemvriendelijk maaibeleid. Esthetiek, veiligheid en ecologie staan regelmatig met elkaar op gespannen voet.

De deelnemers herkennen deze dilemma’s maar al te goed. Het staan tussen drie vuren, waarbij je te maken hebt met beleid, bewoners en met aannemers die worden afgerekend op strakke lijnen, levert een spanningsveld op. Dat roept de vraag op: hoe beweeg je binnen die praktijk zo dat je natuur niet temt, maar juist ruimte geeft?

Onderhoud als kans

Onderhoud is van oorsprong bedoeld om de natuur in bedwang te houden. Maar onderhoud kan ook een kans zijn om natuur te versterken. In de training wordt daarom gebruikgemaakt van de zes V’s: voedsel, vocht, veiligheid, verbinding, variatie en voortplanting. Deze voorwaarden zijn cruciaal voor flora en fauna en vormen het afwegingskader voor natuurvolgend onderhoud.

Trainer en ontwikkelaar Bert Jan Godeke noemt als voorbeeld het snoeien van klimop: “Die bloeit pas laat in het seizoen, op takken van minstens een jaar oud. Door gefaseerd te snoeien, behoud je nectar in het najaar én bessen in het voorjaar.” Zulke keuzes versterken voedselketens en de voortplanting van soorten. Hetzelfde geldt voor gefaseerd maaien – niet alles in één keer, maar in delen, afgestemd op het ecosysteem.

Door gefaseerd te snoeien behoud je nectar in het najaar én bessen in het voorjaar

“Ook het hergebruik van groenmassa draagt bij aan een veerkrachtig systeem. Takken van knotwilgen kunnen dienen als takkenril en daarmee als schuilplek voor dieren. Door op locatie te hergebruiken, ontstaan kringlopen van organisch materiaal. En door duurzame middelen te gebruiken, zoals biologisch maaidraad of houten gietranden, voorkom je extra vervuiling tijdens het onderhoudswerk.”

Tot slot: anders kijken, anders doen

De training draait vooral om bewustwording: deelnemers leren om anders te kijken naar groen. Te zien wat ze kunnen doen om natuurlijke processen te stimuleren, zodat de bodem gezonder wordt en planten sterker en robuuster. Door te werken met de zes V’s leren ze hoe ze plekken creëren waar fauna zich vestigt en natuurlijke processen – die de mens helpen ziekten en plagen in toom te houden – hun gang kunnen gaan. Godeke: “Biodiversiteit is een samenspel van flora, fauna en de juiste condities. Wie die dynamiek leert lezen en versterken, maakt van onderhoud een ecologische investering.”

Op 16 en 23 juni 2026 verzorgt IPC Groene Ruimte de training Natuurvolgend onderhoud. 
Inschrijven voor de training is nu mogelijk.
Kosten: € 450 (inclusief btw)
Locatie: IPC Groene Ruimte, Arnhem

Tekst: Meike Wessels, IPC Groene Ruimte
Beeld: IPC Groene Ruimte