Marta sampled hout voor referentiekalender

Romeinen veranderden Europees bos drastisch

Naturalis Biodiversity Center
10-JAN-2026 - Onderzoekers vermoedden al langer dat de Romeinen een enorme impact hadden op de bossen in Centraal-Europa, maar nu hebben dendrochronologen ook bewijs gevonden. Dit deden zij door meer dan 20.000 stukken hout te analyseren die voor, tijdens en na de Romeinse tijd zijn gekapt en gebruikt voor de bouw van onder andere wegen, forten en schepen.

Dendrochronologen analyseren stukken hout door de jaarringen op te meten. Hierdoor ontstaat er een groeipatroon: een soort streepjescode. Als je zowel de binnenste jaarring van de kern en de buitenste jaarring onder de schors te pakken hebt, weet je hoe oud een boom was toen deze werd gekapt. Bomen van dezelfde soort die in hetzelfde gebied groeien, tonen vergelijkbare groeipatronen. Doordat de ene boom wat ouder is dan de andere, krijg je een tijdlijn van overlappende patronen. Dit wordt ook wel een referentiekalender genoemd. Inmiddels hebben dendrochronologen in Europa referentiekalenders van eikenhout en grove den ontwikkeld die duizenden jaren teruggaan. Daarmee kun je een houtmonster heel nauwkeurig dateren. “Je kunt het jaartal bepalen waarop een boom gekapt is en soms zelfs in welk seizoen", vertelt Marta Domínguez Delmás, dendrochronoloog bij Naturalis en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Op deze manier werd het gekapte hout uit de Romeinse tijd onderzocht.

Marta onderzoekt een kindergrafkist en neemt houtsamples van een Romeins schip en een levende boom voor een referentiekalender

Enorm veel houtkap 

Maar liefst 25 dendrochronologen voegden hun datasets van meer dan 20.000 houtmonsters samen om de impact van de Romeinen op het Centraal-Europese bos te onderzoeken. De onderzoekers konden aan de stukken hout zien dat het bos oud was toen de Romeinen Europa binnentrokken. “Er vond nog niet zo heel veel houtkap plaats in Centraal-Europa”, zegt Marta. "Maar met de komst van Romeinen veranderde dat drastisch.” 

Toen de Romeinen Europa binnentrokken, werden overal wegen aangelegd en forten gebouwd. Hiervoor werden veel bomen uit de omgeving gekapt. Bij de eerste wegen en forten die de Romeinen bouwden, zien de onderzoekers hout met veel jaarringen. “Dit vertelt ons dat de bomen die toen gekapt werden oud waren en uit een dichtbegroeid bos kwamen”, licht Marta toe. Bij forten of wegen die eeuwen later werden aangelegd in hetzelfde gebied had het gebruikte hout veel minder jaarringen en daarnaast soms ook een onregelmatig groeipatroon. “Dit betekent dat het gekapte hout uit een jong, open bos komt. Na de komst van de Romeinen heeft er dus enorm veel houtkap plaatsgevonden”, zegt Marta. “In Nederland zien we dat er in de derde eeuw hout werd geïmporteerd uit Midden en Zuid-Duitsland, omdat alles in de omgeving al ontbost was.”

Een langzaam gegroeide eik met veel jaarringen

Vertekening van de resultaten

Niet alle houtsoorten zijn geschikt voor dendrochronologie en dit kan een vertekening geven van de resultaten van het onderzoek. “In principe werd het lokale bos gebruikt om mee te bouwen en hier groeiden niet alleen eikenbomen, die wij kunnen gebruiken om te dateren, maar bijvoorbeeld ook elzen en essen”, zegt Marta. Zo is er bij Valkenburg een weg gevonden die gemaakt is met elzenhout. Deze houtsoort is niet geschikt voor dendrochronologie omdat het jaarringpatroon te onregelmatig is. Hierdoor kunnen er geen referentiekalenders gemaakt worden. De Romeinen maakten dus ook gebruik van bomen die niet in het onderzoek meegenomen konden worden. “De ontbossing die wij aangetoond hebben is dus een onderschatting. In werkelijkheid was het nog veel erger.”

Het herstel van het bos gaat gelukkig wel vrij snel. Na de val van het Romeinse Rijk rond de vierde eeuw na Christus, zien de onderzoekers dat het bos weer aangroeit. De bomen die later in de vroege middeleeuwen worden gekapt, zijn weer bomen uit een oud, dichtbegroeid bos. “Ik vind dat ergens ook wel hoopvol”, vertelt Marta. “De natuur en de biodiversiteit kunnen zich weer herstellen zolang het maar met rust gelaten wordt.”

Duurzaam kappen

Marta heeft een sterke mening over duurzame bosbouwpraktijken: “Ik zou graag een terugkeer willen zien naar traditionele, duurzame methoden voor het oogsten van hout in Europese bossen”, zegt ze. “Als je een eik omkapt, groeien er nieuwe scheuten uit de overgebleven stronk. Doordat het wortelstelsel al ontwikkeld is, groeien de scheuten snel. Dit betekent dat je in relatief korte tijd meerdere stammen van dezelfde stronk kunt oogsten.” Marta denkt dat deze methode ons minder afhankelijk kan maken van geïmporteerd hout. “Onze voorouders profiteerden al sinds het neolithicum van het opnieuw uitlopen van eiken en andere boomsoorten. Het combineren van natuurbehoud, recreatie en culturele bosbouwpraktijken zou mogelijk moeten zijn”, voegt ze toe. Ze heeft onder andere over dit onderwerp geschreven in haar bijdrage aan het onlangs verschenen boek In de ban van de jaarring, waarin elf wetenschappers bespreken hoe bomen ons meer kunnen leren over het verleden, heden en de toekomst van de aarde.

Meer informatie

Tekst: Naturalis Biodiversity Center
Beeld: Roberta D'Andrea (leadfoto: Marta neemt een houtsample uit een gebouw voor een referentiekalender); Ranjith Yayasena, Gemeente Amsterdam, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; Marta Domínguez Delmás