Het uitzetten van water insecten in een beek in Noord-Brabant

Kleine insecten, een grote stap – verdwenen soorten opnieuw uitgezet in Brabantse beken

HAS Hogeschool, Wageningen Environmental Research, Wageningen University & Research, Waterschap Aa en Maas, Waterschap Brabantse Delta, Waterschap De Dommel
22-APR-2026 - Soms vertelt een klein diertje een groot verhaal. Dat gebeurde half maart 2026, toen twee kleine soorten waterinsecten hun reis maakten van de Leuvenumse beek op de Veluwe naar beken in Brabant. Decennialang konden ze hier niet meer leven, door onder andere een slechte waterkwaliteit, verstuwing, het rechttrekken van beken en intensief onderhoud. Tot nu.

Na jaren van voorbereiding was het op 16 en 17 maart 2026 zover: twee verdwenen waterinsecten werden opnieuw uitgezet in vijf Brabantse beken. Een belangrijke mijlpaal in een langlopend herstelproject voor biodiversiteit én waterkwaliteit.

Natuurherstel vraagt soms om een extra stap

Biodiversiteitsverlies heeft grote consequenties. Met het verdwijnen van waterinsecten raakt ook het functioneren van beekecosystemen verstoord. Herstel begint meestal met het verbeteren van de leefomgeving. Ook in Brabant is de afgelopen jaren hard gewerkt aan schoner water, minder obstakels zoals stuwen, natuurlijkere beeklopen en extensiever onderhoud. Dit gebeurde onder andere in het kader van de Kaderrichtlijn Water en de Europese Natuurherstelverordening. Dat wierp zijn vruchten af, want op meerdere plekken zijn beken weer geschikt als leefgebied voor soorten die daar vroeger voorkwamen. Sommige soorten keerden vanzelf terug. Maar veel waterinsecten deden dat niet.

De reden is simpel: ze komen er niet. Veel soorten zijn slechte vliegers en blijven dicht bij het water. Hun huidige leefgebieden liggen vaak tientallen tot meer dan honderd kilometer verderop. Die afstand is voor hen onoverbrugbaar. In zulke gevallen is herstel van leefgebied alleen niet genoeg en kan herintroductie een noodzakelijke volgende stap zijn.

Van onderzoek en samenwerking naar herintroductie

De herintroductie is het resultaat van meer dan tien jaar onderzoek en samenwerking. Eerder werd al onderzocht waarom deze soorten verdwenen uit Brabant en of de omstandigheden inmiddels weer geschikt zijn. Over deze stappen richting herstel verscheen eerder een natuurbericht op natuurbericht op Nature Today.

Onderzoekers van Wageningen Environmental Research werkten samen met de Brabantse waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta en HAS green academy. Samen verbeterden zij de waterkwaliteit, herstelden ze beekstructuren en testten ze in het lab of de insecten weer konden overleven in het Brabantse oppervlaktewater en de waterbodem. Pas toen die puzzelstukjes op hun plek vielen, kwam de laatste stap in beeld: het daadwerkelijk terugbrengen van de soorten.

Het team van onderzoekers en ecologen aan het werk langs de waterkant

Terugkeer van verdwenen soorten

Het gaat om de bruintiphaft (Leptophlebia marginata), een eendagsvlieg, en een soort steenvlieg (Nemoura avicularis). Beide soorten verdwenen decennia geleden uit de Brabantse beken door verontreiniging, kanalisatie, verstuwing en intensief onderhoud. Op 16 maart 2026 werden nimfen – het onderwaterstadium van deze insecten – verzameld op de Veluwe in de Leuvenumse beek, waar nog gezonde, robuuste populaties voorkomen. Een dag later, op 17 maart, werden ze uitgezet in de Oeffeltse Raam, Astense Aa, Chaamse beken, Roovertsche Leij en de Groote Beerze.

“Dit uitzetten is eigenlijk de kers op de taart”, aldus ecoloog Iris van der Laan van Waterschap De Dommel. Ralf Verdonschot, senior onderzoeker zoetwaterecosystemen bij Wageningen Environmental Research, vult aan: “Deze soorten zijn in heel Brabant en Vlaanderen verdwenen. Omdat het geen goede vliegers zijn, helpen we ze een handje.”

Waterinsecten zwemmen de beek in

Waarom dit ertoe doet

Deze insecten zijn meer dan alleen soorten die terugkeren. Ze spelen een belangrijke rol in het ecosysteem van beken. Als ‘versnipperaars’ breken ze bladeren en plantenmateriaal af en vormen ze een essentiële schakel in het voedselweb. Tegelijk zijn ze gevoelig voor veranderingen in de waterkwaliteit. Juist daardoor zijn ze een belangrijke indicator – hun aanwezigheid laat zien dat een beek ecologisch in orde is. De herintroductie is daarmee niet alleen een soortbeschermingsactie, maar ook een belangrijke graadmeter voor jarenlang herstelwerk.

Blijven ze de komende jaren?

Met het uitzetten van de insecten begint een nieuwe fase. De komende jaren volgen onderzoekers nauwgezet of de soorten zich weten te handhaven en voort te planten. Dat gebeurt door monitoring van de beken: worden de insecten teruggevonden, breiden ze zich uit en ontstaat er een stabiele populatie? Pas als dat lukt, kan echt worden gesproken van een geslaagde herintroductie. Deze monitoring vindt enerzijds plaats met quickscan, door met schepnetten te controleren of ze er nog zijn, en anderzijds met een innovatieve methode om via e-DNA aan te tonen op welke trajecten de soorten voorkomen.

Als de soorten zich vestigen, is dat een krachtig signaal. Het laat zien dat herstel van beeksystemen daadwerkelijk mogelijk is en dat verdwenen soorten kunnen terugkeren wanneer de omstandigheden verbeteren. Daarmee biedt het project perspectief voor andere gebieden waar biodiversiteit onder druk staat. Niet alleen voor deze twee insectensoorten, maar ook voor het hele ecosysteem dat van gezonde beken afhankelijk is.

Tekst: Ralf Verdonschot, Wageningen Environmental Research; Bart Brugmans, Waterschap Aa en Maas; Michiel Cornelis, Waterschap Brabantse Delta; Iris van der Laan, Waterschap De Dommel en Leon Van Kouwen, HAS green academy
Beeld: Maikel Samuels (leadfoto: herintroductie waterinsecten); Demi Berns