Aan de Kerkewaard langs de Waal is de ontwikkeling naar glanshaverhooiland volop aan de gang.

Hoe een stuk monotoon uiterwaardengrasland in een bloemenzee verandert

Staatsbosbeheer
30-JUN-2026 - Na relatief eenvoudige ingrepen is een deel monotoon grasland in Kerkewaard langs de Waal volop in ontwikkeling naar bloemrijk glanshaverhooiland. “Zover is het nog niet helemaal, maar moet je kijken wat een bloemen er nu al staan”, zegt Staatsbosbeheer-projectleider Anton Heesterbeek.

De Kerkewaard is een van de negen projecten van de pilot Versterking Natuurnetwerk. Het doel van de pilot is uit te vinden wat goede manieren zijn om voor extra natuur te zorgen en zo het natuurnetwerk te versterken. “We willen hiermee laten zien welk type natuur het meest kansrijk is op welke locaties. En welke maatregelen deze ontwikkelingen kunnen helpen.”

Anton loopt door de uiterwaard langs de Waal. Aan de overkant tekent het silhouet van Zaltbommel zich af en in het zuidoosten bepaalt de kenmerkende A2-brug het uitzicht. Sommige stukken van deze uiterwaard zijn net gemaaid. Een boer pacht de grond van Staatsbosbeheer zodat het maaisel als voer voor zijn koeien kan dienen. Met de boswachter heeft hij afspraken gemaakt over wanneer hij kan maaien en dat er altijd delen ongemaaid blijven. “De omstandigheden hier – zoals de bodem en zo nu en dan een overstroming – lenen zich goed voor glanshaverhooiland. Dus daar hebben we op dit voormalig agrarisch land op ingezet.”

Anton Heesterbeek: “Als dit lukt, dan kun je dus met relatief eenvoudige ingrepen en een beetje geduld een heel gebied verbeteren”

Ontwikkelen tot glanshaverhooiland

Staatsbosbeheer heeft hier op bepaalde delen grond afgegraven om de meeste fosfaat en stikstof af te voeren. Op andere plekken was het voldoende om de grond alleen open te maken. Daarna is er maaisel over de grond gestrooid van een bestaand goed ontwikkeld glanshaverhooiland, zodat het zaad van de bijbehorende vegetatie in de grond kan ontkiemen. In 2023 was het werk afgerond.

Op weg naar die specifieke delen waadt Anton door het dichte, kniehoge gras, waarin naast verschillende grassoorten ook veel distels en zuring staan. Totdat zich ineens een duidelijke grens naar een bloemrijke vegetatie aftekent – een kleurig geheel met margriet, rolklaver, paars knoopkruid en vijfvingerkruid. Een paar putters vliegen op. “Ja, ik snap wel dat die hier zitten, zij leven van zaden. En moet je kijken wat een insecten hier rondvliegen.”

Een duidelijke scheiding tekent zich af tussen het deel waar maatregelen zijn genomen en de rest

Vanzelf verspreiden

Het is de bedoeling dat de glanshaverhooiland-vegetatie zich vanuit deze herstelde stukken vanzelf verspreidt naar de rest van deze uiterwaard. “Als dat lukt tonen we hiermee aan dat je niet in het hele gebied maatregelen hoeft te nemen voor een goed natuurresultaat. Dan kun je dus met relatief eenvoudige ingrepen en een beetje geduld een heel gebied verbeteren.” De eerste ontwikkelingen daarnaartoe zijn al zichtbaar. In de overgang tussen de herstelde stukken en de rest groeit veel smalle weegbree. “Dat is een pionierssoort die laat zien dat er iets aan het veranderen is.”

Anton is tevreden met het resultaat. “Het werk is hier twee jaar geleden afgerond en nu zien we al zo’n groot verschil, prachtig.” Deze uiterwaard is geen Natura 2000-gebied en ook geen onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), het nationale stelsel van beschermde natuurgebieden in Nederland. “Dit soort natuur heeft dus geen beschermde status, maar het kan een belangrijke rol spelen in de verbinding tussen natuurgebieden. Dat versterkt populaties planten, insecten en vogels, maakt beschermde natuurgebieden minder kwetsbaar en draagt bij aan de Nederlandse biodiversiteit.”

Aanpak breed toepasbaar

De negen projecten in de pilot Versterking Natuurnetwerk laten zien dat het inderdaad mogelijk is met kleine ingrepen de natuur aanzienlijk te verbeteren. Anton: “Dat schept veel kansen. Juist ook voor andere partijen. Want veel natuur buiten Natura 2000-gebieden en NNN is niet in eigendom van Staatsbosbeheer. Neem de uiterwaarden, vroeg of laat staat het waterschap aan de lat voor dijkverzwaring, als bescherming tegen het toenemende risico op overstromingen. Een dijkverzwaring gaat vaak ten kosten van de natuur ter plekke. Als je al op voorhand dit soort maatregelen neemt in de uiterwaarden, heeft zo’n dijkverzwaring een veel kleiner negatief effect op de totale biodiversiteit. En ook particuliere grondeigenaren kunnen op deze manier op een deel van hun land voor een positieve bijdrage aan de biodiversiteit zorgen.” Anton staat even stil. “Hoor je dat, die karakteristieke roep? Een kleine karekiet.”

Tekst en beeld: Staatsbosbeheer