De laatste libellen
De VlinderstichtingDe laatste dagen worden, als het droog en een beetje zonnig is, nog een stuk of tien soorten gemeld. Het gaat dan, naast die winterjuffers, om incidentele waarnemingen van gewone en tengere pantserjuffer, blauwe glazenmaker en paardenbijter, maar het meest worden houtpantserjuffers en heidelibellen doorgegeven. De bloedrode heidelibel is met name in de zomer veel aanwezig – een enkel exemplaar wordt ook nu nog gezien. Ook de steenrode heidelibel vliegt nu nog, maar heel veel minder dan de bruinrode heidelibel, die verreweg het meest algemeen is. Deze twee soorten zijn – zeker wat later in het jaar, als ze wat donkerder worden – niet zo makkelijk van elkaar te onderscheiden, maar als je weet waarop je moet letten, is het wel te doen. Een verrekijker die ook dichtbij scherp kan stellen, zoals de Papilio, is dan een heel handig hulpmiddel. Op welke kenmerken je moet letten kun je vinden op de herkenningskaart heidelibellen, die je kosteloos kunt downloaden (pdf: 8,9 MB).
Bruinrode heidelibel
De bruinrode heidelibel is vooral een nazomersoort, met een heel lange vliegtijd vanaf eind mei tot eind november. De piek valt van eind juli tot eind september. Er zijn ook sporadische waarnemingen van bruinrode heidelibellen in het (zeer) vroege voorjaar, wat erop wijst dat de soort bij hoge uitzondering als libel kan overwinteren. Wellicht dat dit door de zachtere winters vaker voor gaat komen.
Nu en de komende weken is de bruinrode heidelibel zeker nog te zien. Ze zijn verspreid door heel Nederland te vinden en je hoeft er echt niet de heide voor op. Ze zitten in bosranden, langs bospaden, in parken, duinen en ook wel op de heide. In stedelijk gebied is het nu de meest voorkomende libel en je kunt ze ook in de tuin vinden, zeker als daar bloemen zijn en insecten, het voedsel voor libellen. Vaak zie je ze nu zonnen op plaatsen waar ze snel opwarmen. Dat kan gaan om bankjes, dood hout of dorre bladeren.
Tekst: Kars Veling, De Vlinderstichting
Beeld: Kars Veling; NDFF
