Variabele waterjuffer - primair

Libellen van vennen en sloten slaan alarm

De Vlinderstichting, EIS Kenniscentrum Insecten
22-APR-2026 - De Rode Lijst Libellen heeft een update ondergaan. De vorige stamde uit 2011 en sindsdien is er veel veranderd. Er zijn positieve veranderingen – soorten zijn teruggekeerd of algemener geworden – maar helaas ook enkele zeer zorgwekkende ontwikkelingen. Vooral algemene, wijdverbreide soorten gaan massaal achteruit. Dat is een verontrustend signaal: er is iets heel erg mis met ons oppervlaktewater.

De Nederlandse Rode Lijst vergelijkt altijd met de situatie in 1950. Als je oppervlakkig kijkt, zie je dan vooral positieve ontwikkelingen in de Nederlandse libellenfauna. Slechts twee soorten die ooit in Nederland voorkwamen, zijn verdwenen – de mercuurwaterjuffer en bronslibel – terwijl we onder invloed van klimaatopwarming veel nieuwe soorten erbij hebben gekregen. Denk bijvoorbeeld aan vuurlibel, zuidelijke keizerlibel en zuidelijke heidelibel. Tot voor kort leken de libellen als groep inderdaad in de lift te zitten. Op de Rode Lijst van 2011 stonden dan ook voornamelijk zeldzame libellen die hoge eisen stellen aan hun leefgebied en daardoor kwetsbaar zijn voor veranderingen in natuurgebieden. Sindsdien is er echter een kentering gekomen. Veel libellensoorten gaan de laatste jaren achteruit. En dat treft niet alleen de zeldzame specialisten, zoals de soorten van vennen, maar ook de algemene soorten van slootjes en vijvers die met een beetje troebel water en wat waterplanten al tevreden zijn. Dus ook zeer algemene soorten als het lantaarntje en de vuurjuffer.

De vuurlibel is, dankzij klimaatverandering, toegenomen

De venglazenmaker staat, net als veel libellen uit vennen, sterk onder druk

Venlibellen, klimaatverandering en zuurstof

Veel libellen van vennen hebben het moeilijk. Een aantal soorten was al zeldzaam, maar ze zijn bijna allemaal hoger op de Rode Lijst gekomen. Bij de achteruitgang van venlibellen lijken klimaatverandering, en daarmee samenhangend de zuurstofbeschikbaarheid in het water, cruciale factoren te zijn. Uit recent onderzoek blijkt dat de libellenlarven – die in het water opgroeien – vaak alleen op de meest zuurstofrijke plekjes in de vennen nog overleven. Daarnaast lijken sommige soorten meer zuurstof nodig te hebben dan verwante soorten die meer in het zuiden van Europa leven. Een hogere watertemperatuur verhoogt de zuurstofbehoefte van een libellenlarve, terwijl warm water juist minder zuurstof bevat. Daarnaast gaat afbraak van slib sneller bij hoge temperaturen. En ook dat verbruikt meer zuurstof. Op warme dagen hebben de larven van venlibellen dus waarschijnlijk te weinig zuurstof.

Veel vensoorten zijn hoger op de Rode Lijst gekomen of staan er nu voor het eerst op, terwijl ze in 2011 nog niet bedreigd waren

De Nederlandse populatietrend van libellen. Libellen zaten aanvankelijk in de lift, maar in recente jaren gaan veel soorten achteruit

Ook gewone soorten luiden de noodklok

Om te kunnen vergelijken met andere landen, wordt er tegelijk met de Nederlandse Rode Lijst ook een Rode Lijst volgens criteria van de IUCN gemaakt. Deze laatste kijkt niet naar referentiejaar 1950, maar alleen naar de ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar. De Rode Lijst volgens IUCN-criteria geeft dus juist een beeld van de recente status en ontwikkeling van onze libellensoorten. En omdat veel libellen pas recent achteruitgaan, is de Rode Lijst van IUCN aanmerkelijk langer.

Het lantaarntje is nog een gewone soort, maar wel fors achteruitgegaanRode Lijsten hebben een signaalfunctie: ze laten zien welke soorten met uitsterven worden bedreigd en in welke mate. Vooral op de Rode Lijst van IUCN staan nu alle alarmbellen op rood. Als we niets doen, zijn we straks bijna de helft van onze soorten kwijt. Wie een vijver in de tuin heeft, kan daar nu zomaar lantaarntje, gewone pantserjuffer, vuurjuffer en watersnuffel aantreffen. Allemaal gewone soorten die weinig eisen stellen aan hun omgeving. Dat deze soorten achteruitgaan, geeft aan dat de kwaliteit van ons oppervlaktewater op grote schaal te wensen overlaat. Waar dat precies aan ligt, weten we nog niet. Het kan te maken hebben met pesticiden of andere schadelijke stoffen in het water, met de afname van waterplanten in gewone slootjes, met klimaatverandering of met een combinatie van deze factoren. Of misschien speelt er nog iets anders waar we nog geen weet van hebben. Een les die we in ieder geval leren: als ons oppervlaktewater voor deze gewone soorten te vies wordt, is het als zwemwater vast ook niet meer gezond. Om nog maar niet te spreken van de gevolgen die het heeft voor de zuivering van ons drinkwater.

Veel algemene soorten die bijna overal in Nederland voorkomen, zijn in de laatste tien jaar sterk achteruitgegaan en daardoor op de Rode Lijst volgens IUCN-criteria gekomen

Wat kunnen we doen?

Al weten we nog niet de precieze oorzaak van de achteruitgang van gewone soorten, niets doen is geen optie! Libellen zeggen iets over de waterkwaliteit in onze leefomgeving – hoe beter de waterkwaliteit, hoe meer libellen. Je zou kunnen zeggen dat ze daarmee zijn als een kanarie in de kolenmijn. Op het moment dat je de kanarie naar adem ziet happen, weet je dat ook je eigen leven gevaar loopt. Nu we gewone libellensoorten zo hard achteruit zien gaan, weten we dat we waterkwaliteit hoger op de agenda moeten zetten.

Dat geldt voor beleidsmakers, beheerders van natuurgebieden, stedelijk gebied en boerenland, maar ook voor u en mij. Voor iedereen die zich kan inzetten voor een schone leefomgeving. Als er meer biologische groenten worden gekocht, worden er minder pesticiden gebruikt. Het gebruik van ecologisch verantwoorde schoonmaakmiddelen helpt zeker ook. Je kunt libellen concreet een steuntje in de rug geven door een vijver in je tuin te hebben, zonder goudvissen en met een gevarieerde oevervegetatie en veel waterplanten. Zo creëer je een klein leefgebiedje waar libellen zich kunnen voortplanten. Laten we met elkaar in actie komen voor onze libellen en voor een gezonde leefomgeving!

Deze Rode Lijst is tot stand gekomen in opdracht van het ministerie van LVVN en is opgesteld door De Vlinderstichting en EIS Kenniscentrum Insecten, met medewerking van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Tekst: Gerdien Bos, De Vlinderstichting en Johan van ’t Bosch, EIS Kenniscentrum Insecten
Beeld: Kars Veling, De Vlinderstichting; Tim Termaat; Netwerk Ecologische Monitoring, CBS, De Vlinderstichting