Herintroductie van bultvormende veenmossen kan hoogveenherstel versnellen
Onderzoekcentrum B-WARE, Stichting Bargerveen, Wageningen Environmental ResearchHoogvenen zijn bijzondere ecosystemen. Ze bieden leefruimte aan zeldzame planten en dieren, slaan grote hoeveelheden koolstof op en helpen bij het vasthouden van water in het landschap. Door veenontginning, verdroging en stikstofdepositie is het oppervlak hoogveen sterk achteruitgegaan en behoren ze inmiddels tot de meest zeldzame ecosystemen van Nederland.
Waarom zijn hoogvenen belangrijk en gaat herstel moeizaam?
Al ruim een halve eeuw wordt aan herstel van hoogvenen gewerkt. Na succesvolle vernatting keren veenmossoorten van natte slenken, zoals Waterveenmos en Fraai veenmos, vaak terug. Doorontwikkeling naar de iets droger groeiende bultvormende veenmossoorten, zoals Wrattig veenmos en Hoogveenveenmos, blijft echter vaak uit. Deze volgende stap in het herstelproces is nodig om een voedselarme, sponsachtige veenmoslaag (acrotelm) te vormen boven de waterspiegel, waarin veenmossen groeien in het karakteristieke patroon van bulten en slenken, zoals op de leadfoto is te zien. De acrotelm is cruciaal voor het ontstaan en behoud van een levend – dat wil zeggen veenvormend – hoogveen.
Omdat nieuwe vestiging van bultvormende veenmossen onder de huidige omstandigheden zeer langzaam en beperkt gebeurt, is herintroductie van deze sleutelsoorten – mits verantwoord uitgevoerd – een kansrijke maatregel om vestiging te versnellen. Kennis over terreinfactoren is essentieel voor een kansrijke herintroductie.
Wij onderzochten hoe kansrijke omstandigheden voor de herintroductie van bultvormende veenmossoorten in slenkvegetatie kunnen worden herkend. Dit deden we door te kijken naar de spontane vestiging van bultvormende veenmossen en door de groei na herintroductie te evalueren.
Spontane vestiging
Uit onderzoek in negen verschillende hoogveenrestanten in Nederland blijkt dat de milieucondities op locaties met spontane vestiging van bultvormende veenmossen sterk variëren en niet eenvoudig te koppelen zijn aan één specifieke milieufactor. Dit suggereert dat meer groeiplaatsen geschikt kunnen zijn dan waar nu bultvormende veenmossen voorkomen. Vooral de snelheid van vestiging lijkt onder de huidige omstandigheden een knelpunt te vormen. De aanwezigheid van oude, grote bulten en het ontbreken van jonge bulten in de veenputten van de Liesselse Peel laat dit duidelijk zien (zie onderstaande foto).

Overleving en groei na herintroductie
In de winter van 2017/2018 werden bultvormende veenmossen geherintroduceerd in veenputten met slenkvegetaties in het Bargerveen, Haaksbergerveen, Deurnsche Peel en Mariapeel. Op de meeste locaties hebben de geherintroduceerde bultvormende veenmossen zich sterk uitgebreid, maar het succes verschilde erg tussen de gebieden. Alleen in het Bargerveen waren alle mossen na vijf jaar nog in leven. De grootste uitbreiding van het veenmosoppervlak en de minste variatie in groei waren aanwezig in het Bargerveen, terwijl deze het geringst waren in het Haaksbergerveen.
Op basis van dit onderzoek is het echter lastig om de grote verschillen in herintroductiesucces tussen de gebieden te verklaren. Daarom is het van belang om verder te kijken dan de resultaten van dit onderzoek en ook de lokale waterkwaliteit en bredere ligging in het landschap mee te nemen.
Herintroductie in Bargerveen succesvol
Naast de constant hoge CO2-concentraties in het veenwater van het Bargerveen – wat goed is voor de veengroei en waarschijnlijk afkomstig is uit weinig veraard veen – wordt het grote herintroductiesucces in het Bargerveen waarschijnlijk medebepaald door de stabielere hydrologische condities (minder dan 40 centimeter schommelingen, ook in droge jaren). Ook zijn de compartimenten relatief groot waardoor randeffecten in kraggen gering zijn. In andere gebieden fluctueerden de waterstanden meer en bleken de aan de rand vastgegroeide kraggen deels droog te vallen, zoals te zien is op de foto hieronder, wat de droogtestress bij veenmossen versterkte. Hoewel kraggen op water drijven en lokaal water vasthouden, lijken zowel de omvang van de kragge als de stabiliteit van de omringende waterstanden in extreme jaren cruciaal voor succesvolle herintroductie.

Conclusie en toekomst herintroductie
Onze resultaten laten zien dat herintroductie onder de juiste omstandigheden succesvol kan zijn. Het kan bijdragen aan de ontwikkeling van een sponslaag (acrotelm) en daardoor aan duurzaam herstel en behoud van de Nederlandse hoogveenrestanten. Ook recente grootschalige herintroductie-experimenten in het Bargerveen en de Peelregio laten dit zien.

De herintroducties moeten echter worden gezien als een experimenteel en aanvullend instrument binnen het pakket aan noodmaatregelen voor het behoud en herstel van hoogveenrestanten op de korte termijn. Voor de langere termijn blijft het cruciaal om de stikstofdepositie te verlagen en de waterstanden verder te stabiliseren.
Dankwoord
We bedanken Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Landschap Overijssel voor toestemming om het onderzoek in hun terreinen te mogen uitvoeren. De experimentele herintroducties werden gefinancierd vanuit OBN Natuurkennis, de provincies Noord-Brabant en Overijssel, en Staatsbosbeheer.
Meer informatie
- Meer weten over spontane vestiging en voorwaarden voor succesvolle herintroductie van bultvormende veenmossen? Lees het artikel Herintroductie kan hoogveenherstel helpen (pdf: 1,4 MB) in het tijdschrift De Levende Natuur, 1-2026.
- Het onderliggende OBN-onderzoek is uitgebreider beschreven in een eerder rapport. Een toegankelijkere samenvatting hiervan is verschenen in Vakblad Natuur, Bos en Landschap.
Tekst: Sander Meulepas, Stichting Bargerveen; José van Paassen, WENR; Juul Limpens, WENR; Hilde Tomassen, Onderzoekscentrum B-WARE
Beeld: Juul Limpens (leadfoto: hoogveen in Ierland); Sander Meulepas; Hilde Tomassen
