Veenhooibeestje - primair

Kansen voor het veenhooibeestje in het Bargerveen

De Vlinderstichting, Stichting Bargerveen
22-JAN-2026 - Het veenhooibeestje is een ernstig bedreigde dagvlinder en een van de kenmerkende ‘heide- en veenvlinders’, waarvoor de provincie Drenthe een belangrijke verantwoordelijkheid heeft. De vlinder komt alleen nog in Drenthe en aangrenzend Friesland voor. Het Bargerveen biedt kansen voor een terugkeer van het veenhooibeestje, maar daar is eerst nog verder herstel van de waterhuishouding voor nodig.

Veenhooibeestje op dopheideHet Bargerveen is een restant van het enorme Bourtanger veenmoeras, wat zich vroeger van Groningen tot in Duitsland uitstrekte. In 1967 werd het veenhooibeestje hier voor het laatst  gezien. Er was toen weinig levend hoogveen in het gebied meer over. Vanaf 1970 zijn door aanleg van kades en waterbuffers veel maatregelen uitgevoerd om de waterhuishouding te stabiliseren. En hoewel er nog meer herstelmaatregelen op stapel staan, zijn er al spectaculaire voorbeelden van hernieuwde hoogveenontwikkeling te zien. Zelfs in de recente reeks droge zomers is het waterpeil in het kerngebied opmerkelijk stabiel gebleven. Zou het terrein daarmee dan ook geschikt zijn voor de terugkeer van het zeldzame veenhooibeestje?

Het veenhooibeestje kwam vroeger wijd verbreid voor in natte delen van de hoge zandgronden in Nederland. De vlinder is vooral te vinden in de randzones van hoogvenen, waar de veenwaterstand een beetje fluctueert, maar in de zomer niet dieper uitzakt dan 40 tot 50 centimeter. Hier groeit eenarig wollegras, de waardplant voor de rupsen, in stevige pollen waarin de rupsen overwinteren. Tenminste, op dat deel van de gradiënt waar de pollen 's winters niet langdurig onder water komen te staan. Het voorkomen van de waardplant, samen met hoogveensoorten als kleine veenbes en hoogveenveenmos, duidt op een optimale waterhuishouding. De vlinders vliegen hoofdzakelijk in juni en zijn voor hun nectarbehoefte vooral op dophei aangewezen.

Kansrijke ontwikkeling voor het veenhooibeestje langs de rand van het Meerstalblok

In het Meerstalblok, waar nog dikke restveenpakketten liggen, is het waterpeil inmiddels weer zo stabiel dat eenarig wollegras minder floreert. Alleen lokaal langs de randen zijn geschikte plekken voor het veenhooibeestje gevonden. Het uitgestrekte Amsterdamsche Veld biedt mooie overgangen tussen de natte slenken van de waterbuffers en de droge en vochtige heide op de uitloper van de Hondsrug.

Eenarig wollegras is hier in de vochtige en natte delen volop te vinden. De natste stukken zijn te dynamisch en daar zouden de rupsen ’s winters waarschijnlijk verdrinken. Hogerop vonden we de waardplant wel samen met nectarbron dophei, maar de hoogveensoorten ontbraken dan weer. Nader onderzoek aan zowel bodem als waterhuishouding gaf de verklaring: de resterende veenlaag vernat in de winter snel genoeg om eenarig wollegras te laten floreren, maar in de zomer zakt het waterpeil te diep weg (60 tot 80 centimeter), waardoor hoogveensoorten geen kans maken. Ook voor de rupsen van het veenhooibeestje wordt het te droog. De veenwaterstand blijkt hier nog sterk mee te bewegen met de grondwaterstand in de wijde omgeving. Dit gold ook voor de plekken met veel eenarig wollegras in het Schoonebeekerveld, hoewel daar binnen de vernatte compartimenten wel kansrijke ontwikkelingen voor de toekomst op gang komen.

In het Amsterdamsche Veld kan veel geschikt leefgebied ontstaan wanneer het waterpeil in de zomer minder diep wegzakt.

Al met al is de conclusie dat het Bargerveen op dit moment nog onvoldoende geschikt leefgebied biedt voor een succesvolle terugkeer van het veenhooibeestje. Dat is natuurlijk jammer, maar er liggen wel degelijk kansen voor de toekomst. Op korte termijn wordt gewerkt aan de inrichting van een bufferzone aan de noordwestzijde van het Amsterdamsche Veld en een andere buffer in aansluiting op het Schoonebeekerveld. Beide bufferzones zullen ervoor zorgen dat de grondwaterstanden 's zomers minder ver uitzakken. Binnen tien jaar zien de kansen voor het veenhooibeestje er dus vast veel beter uit. Wordt vervolgd!

Meer informatie

  • Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Provincie Drenthe.
  • Je kunt het hele rapport lezen als pdf (11,3 MB).

Tekst: Michiel Wallis de Vries, De Vlinderstichting; Remco Versluijs, Stichting Bargerveen
Beeld: Michiel Wallis de Vries; Kars Veling