Zwemmende eendagsvliegen blijken talrijk in Nederlands oppervlaktewater
EIS Kenniscentrum Insecten, GLOBE Nederland, HAS Hogeschool, IVN, Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), TAUW, Wageningen Environmental Research, Wageningen University & ResearchHet jaar 2025 leverde veel waarnemingen op bij het burgerplatform Waterdiertjes.nl. Ruim 650 vrijwilligers hebben in het water in hun eigen omgeving geschept, gekeken welke waterdieren er voorkwamen en dat doorgegeven. Samen gaven de vrijwilligers de vangsten door van bijna 1000 bemonsteringen van vooral kleine wateren. In de top tien van de vaakst voorkomende en de top tien van de talrijkste soortgroepen waterdiertjes zijn kleine verschuivingen te zien ten opzichte van voorgaande jaren.
De opvallendste stijger in 2025 is de larve van de veder- of dansmug. De opvallendste daler is de poelslak, die uit de lijst met de meeste individuen verdween en ook minder vaak is gezien in vergelijking met andere soortgroepen. Deze kleine veranderingen in de soortgroepen hebben echter nauwelijks effect op de beoordeling van de algehele waterkwaliteit.

Verschillende groepen eendagsvliegen
Eendagsvliegen, of haften, stonden in 2025 het hele jaar centraal. Het zijn insecten die een schakel vormen tussen water en land. Hun larven leven langere tijd onder water, terwijl de volwassen dieren enkele uren of dagen tot maximaal twee weken buiten het water doorbrengen. Daar komt de naam vandaan. De volwassen dieren richten zich volledig op de voortplanting en eten niet meer. De larven voeden zich met algen en organisch materiaal en vormen zelf een lekker maal voor andere insecten en vissen.
De larven van eendagsvliegen kwamen in meer dan 40 procent van de ingestuurde waarnemingen voor. In gemiddeld een op de drie watermonsters uit de bebouwde omgeving is een larve van een eendagsvlieg te vinden, terwijl dat in het landelijk gebied een op de twee is. De vorm van de larven en de wijze waarop ze bewegen maken het mogelijk om vier groepen eendagsvlieglarven te onderscheiden: de zwemmende, de gravende, de kruipende en de platte.

Zwemmende eendagsvlieglarven het vaakst gezien
Van de in totaal 8325 gevangen larven behoorde het overgrote deel tot de soortgroep ‘zwemmende eendagsvlieglarven’. Deze groep van larven is in uiteenlopende watertypen gevangen, variërend van beken en sloten tot stadswateren. Er zitten soorten bij die zeer gevoelig zijn voor vervuiling van het water en vernietiging van hun leefomgeving. Zij leven vooral in langzaam stromende laaglandbeken en sneller stromende beken in Zuid-Limburg. In stilstaande wateren tref je veelvuldig een zwemmende eendagsvliegsoort aan die het minder nauw neemt met de waterkwaliteit, maar die de heel vuile wateren wel vermijdt. Deze soort, de gewone tweevleugel, valt op door zijn snelle manier van zwemmen. Met wel zes generaties per jaar kan hij verstoorde wateren ook snel opnieuw koloniseren.
De larven van de groep van de gravende eendagsvliegen kom je vooral tegen in schone zandbodems, en die van de kruipende eendagsvliegen vaak op slib dat niet al te vies is. De groep van de kruipende eendagsvlieglarven wordt nogal eens over het hoofd gezien, omdat deze dieren veel kleiner zijn en langzaam bewegen. De larven van de platte eendagsvliegen leven in sneller stromend water met grover bodemmateriaal, zoals in de beken van Limburg.


Waar zijn eendagsvliegen te vinden?
De vrijwilligers noteerden naast de waargenomen soorten ook de grootte en diepte van het bemonsterde water, en de aanwezigheid van waterplanten en vissen. Om de invloed van deze factoren op de larven van de eendagsvliegen te onderzoeken, zijn alleen de monsters met minstens vijftig waterdiertjes geanalyseerd. De waarnemingen laten zien dat het totaal aantal eendagsvlieglarven in kleine wateren (minder dan een halve meter breed) altijd veel lager is dan in andere wateren en dat ze minder vaak worden waargenomen. Daar waar de grootte van het watersysteem dus van invloed is, is dat niet het geval voor de diepte.
De analyses laten ook zien dat de bedekking van waterplanten belangrijk is. Een toenemende bedekking van drijvende waterplanten leidt tot minder lagere aantallen en minder vondsten. Het was niet verwacht dat hogere bedekkingen van ondergedoken waterplanten zou leiden tot lagere aantallen en minder vondsten. Mogelijk speelt hier mee dat de larven moeilijker te vangen zijn tussen de planten.

Waterdiertjes.nl dankt vrijwilligers
Het platform Waterdiertjes.nl bedankt alle vrijwilligers die in 2025 hebben meegedaan, want zonder hun inzet was de telling niet mogelijk geweest. Verschillende organisaties als IVN- en KNNV-afdelingen deden mee en er waren meer dan vijftig schoolklassen (van basis- en middelbare scholen tot mbo en hbo) die het water in de buurt van hun school hebben onderzocht. Waterdiertjes.nl rekent in 2026 wederom op een grote hoeveelheid inzendingen.
Het platform Waterdiertjes.nl is door een consortium van partners ontwikkeld om burgers bewust te maken van de waterkwaliteit in hun omgeving, maar het platform draagt ook bij aan de kennis over wateren die niet door de waterschappen worden gemonitord. De gegevens worden jaarlijks geanalyseerd door Edwin Peeters, aquatisch ecoloog bij Wageningen University & Research. Het platform krijgt dit jaar een uitbreiding met AI-beeldherkenning, dat in samenwerking met Naturalis en Waarneming.nl is ontwikkeld. Zo kunnen soorten makkelijker en betrouwbaarder worden herkend.
Tekst: Edwin Peeters, Wageningen University & Research, Daan Drukker, EIS-Kenniscentrum Insecten, Jorne Grolleman, GLOBE Nederland, Leon van Kouwen, HAS green academy, Froukje Rienks, Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), Sylvia Spierts, IVN Natuureducatie, Michiel Wilhelm, TAUW
Beeld: Jorne Grolleman (leadfoto: mensen helpen bij onderzoek naar waterdiertjes); Waterdiertjes.nl; Daan Drukker; Leon van Kouwen
