De ontdekking begon eigenlijk met de zoektocht naar iets heel anders. Marjolein Heesters, een enthousiaste liefhebber van insecten, liep met haar hond langs het Gouwekanaal. Zoals vaker had ze haar telefoon bij de hand en hield ze haar ogen open voor bijzondere insecten. “Ik zag iets wits – waarschijnlijk een grasmot – landen op een plek waar veel groot hoefblad staat. Dus ik dacht: die wil ik even bekijken en observeren, want ik weet inmiddels dat het van alles kan zijn”, schrijft Heesters in een mailwisseling. Toen ze bukte en voorzichtig een blad optilde, zag ze echter geen witte grasmot, maar een volledig bruine vedermot. “Als een soort lot uit de loterij, want hoe groot is de kans dat je iets nog mooiers ziet dan waar je voor op je knieën gaat?”, schrijft ze over de bijzondere ontmoeting.
De vlinder bleef rustig zitten, waardoor Heesters enkele foto's kon maken. Daarna liet ze het blad voorzichtig weer los. Enthousiast, maar nog zonder te weten welke soort ze had gevonden, plaatste ze de beste foto op Waarneming.nl. Aanvankelijk werd de vlinder gedetermineerd als de havikskruidvedermot. De waarneming viel echter direct op omdat de soort op deze locatie ver buiten het bekende verspreidingsgebied zou zijn gevonden. Dankzij de foto kon Tymo Muus de determinatie nader bekijken. Al snel bleek dat het om een nog veel bijzonderdere soort ging: het chocolaatje (Buszkoiana capnodactylus), een vedermot die al ruim twintig jaar niet meer in Nederland was vastgesteld!

Bijzondere geschiedenis in Zuid-Limburg
Het chocolaatje werd in 1973 voor het eerst in Nederland gevonden, langs de Geleenbeek bij Schinnen in Zuid-Limburg. De soort is sterk verbonden met groot hoefblad – de plant waarop de rups is aangewezen – en staat daarnaast bekend als bijzonder lastig waar te nemen. In het verleden werden zelfs rookmachines ingezet om de vlinders tussen het groot hoefblad op te laten vliegen, zodat ze konden worden geteld. Op verschillende plaatsen langs de Geleenbeek werden vervolgens exemplaren gevonden. Ook werd ooit een rups aangetroffen.
De rups leeft van het najaar tot in het vroege voorjaar in de ondergrondse delen van groot hoefblad. Deze plant verdween op veel plaatsen langs de beek en na 2003 bleef het stil. Mogelijk is de soort door herstelwerkzaamheden aan de omgeving van de Geleenbeek in aantal gedecimeerd of zelfs verdwenen. De vlinder werd op deze locaties later niet meer teruggevonden. In Nederland zijn ongeveer negentig soorten nachtvlinders al meer dan twintig jaar niet meer waargenomen. Van sommige daarvan wordt vermoed dat ze inmiddels uit Nederland zijn verdwenen. Ook het chocolaatje behoorde tot die groep van soorten die lange tijd als mogelijk verdwenen werden beschouwd.

Ver buiten het bekende verspreidingsgebied
De vondst bij Gouda is niet alleen bijzonder omdat het een 'herontdekking' betreft, maar ook vanwege de locatie. De soort was immers uitsluitend uit Zuid-Limburg bekend en Gouda ligt veel noordwestelijker. Toch past de vindplaats ecologisch wel bij wat over het chocolaatje bekend is. De soort heeft een voorkeur voor groot hoefblad dat groeit langs beken, rivieren en kanalen, dus vochtige milieus waar de voedselplant aanwezig is.
Ook in België zijn waarnemingen van de soort uiterst schaars. De meest recente Belgische vondst dateert uit 2016 en dat was eveneens een toevalstreffer. De vlinder werd toen vastgesteld bij Dendermonde, langs de Schelde, als bijvangst uit verzamelde planten waarin rupsen van de groot-hoefbladboorder (Hydraecia petasitis) aanwezig waren. Dat het chocolaatje zich lange tijd aan het zicht kan onttrekken, is daarmee opnieuw duidelijk geworden. De soort leeft een verborgen bestaan en wordt maar zelden gezien.
De waarneming bij Gouda laat dan ook zien hoe waardevol toevallige observaties kunnen zijn. Een wandeling met de hond, een nieuwsgierige blik op een stukje groot hoefblad en een telefoon binnen handbereik waren genoeg om een soort die al ruim twintig jaar niet meer in Nederland was gezien opnieuw op de kaart te zetten.
Tekst: Tymo Muus, Microvlinders.nl
Beeld: Marjolein Heesters
